PVV-leider Wilders
stond in de strafzaak tegen hem terecht voor het
aanzetten tot haat en discriminatie van moslims, Marokkanen en
niet-westerse allochtonen. Een aantal minderheden-organisaties hadden zich als benadeelde partij gevoegd in deze strafzaak. Ze starten na de vrijspraak van Wilders een procedure bij het Human Rights Committee van de VN in Genève op basis van het IVBPR-verdrag. Volgens de organisaties heeft Nederland met de vrijspraak van Wilders nagelaten de gedupeerde minderheden te beschermen tegen discriminatie. De procedure bij de VN loopt momenteel nog.
Tijdens de strafzaak werden door het OM uitlatingen van Wilders uit de periode oktober 2006 tot maart 2008 aan de rechter voorgelegd. Volgens Nederland Bekent Kleur had de officier van justitie naar alle uitingen van vreemdelingenhaat van Wilders sinds 2004 moeten kijken.
Omstreden uitspraken van Wilders over bijvoorbeeld het uitzetten van tientallen miljoenen moslims, een hoofddoekjesverbod en de invoering van een kopvoddentax werden door Justitie niet aan de rechter voorgelegd.
De Turkse migrantenorganisatie HTIB, de Antilliaanse beweging MAAPP en het Landelijk Beraad Marokkanen hadden zich gevoegd als benadeelde partij in de strafzaak tegen Wilders. Mr. Michiel Pestman en emeritus hoogleraar prof. Ties Prakken van Bohler-Advocaten traden op namens deze minderhedenorganisaties en stichting Nederland Bekent Kleur. Ruim 2.000 mensen tekenden een steunverklaring voor de organisaties.
Zie ook het betoog dat voorzitter
Mohamed Rabbae van het Landelijk Beraad Marokkanen en de Marokkaans-Nederlandse
Amal hielden in de rechtbank.
Meer informatie op onze speciale website
strafzaakwilders.nl.